Ratten gelag

      No Comments on Ratten gelag

Dier of Ding”, het had de titel van mijn proefschrift kunnen zijn. Maar het was de titel van een bijeenkomst van de Heimans en Thijsse Stichting op 24 november 2018. De subtitel van deze inspirerende dag was ‘Ethische dilemma’s in het natuurbeheer’. Als eerste gastspreker kwam Frans de Waal, primatoloog en etholoog, aan het woord.

Lachende ratten

Het ‘gelag’ uit de titel, oftewel het moeilijk kunnen verdragen van ratten en de gerelateerde ratten poblemen die her en der in steden te vinden zijn is niet waar het hier over gaat. Dat is – een niet onbelangrijk – onderwerp voor een ander artikel. Hier refereer ik naar Frans de Waal, die naar onderzoek verwees van Jaap Panksepp die aantoonde dat ook ratten kunnen lachen. Dit lachen is op een andere frequentie hoorbaar dan wij – mensen – kunnen ‘waarnemen’. Hij vertelde verder dat ook dieren humor hebben. Humor is lachen op een onverwachts moment, zoals na een mop, of aan het einde van een goocheltruc, zoals je kunt zien bij deze orang-oetan in een dierentuin in Barcelona die in lachen uitbarst na een goocheltruc. Maar er zijn ook dieren zonder duidelijke gezichtsuitdrukkingen. Denk bijvoorbeeld aan orka’s. Maar ook orka’s hebben emoties die op een of andere wijze uitgedrukt worden. Zoals orka J35, die 17 dagen om haar dode jong heeft gerouwd. In die tijd was ze continue bij haar jong, en andere orka’s zorgden dat ze genoeg te eten kreeg.

Wanneer er gesproken wordt over emoties bij dieren, is een vaak gehoorde kritiek dat er sprake is van ‘antropomorfisme’ (menselijke eigenschappen toekennen aan dieren), en dat dat niet juist is. Hij komt in dit kader juist met een nieuwe term: ‘anthropodenial’ : het idee dat mensen al van te voren ontkennen dat andere dieren dan de mens ook mentale ervaringen kunnen hebben die erg op die van de mens lijken. Immers, gebaseerd op de inzichten die ik zojuist beschreef, en op toenemende inzichten binnen de neurowetenschappen, laten juist zien dat mensen en dieren meer overeenkomsten hebben dan we (willen) denken en zien. Niet alleen weten we inmiddels dat olifanten een troostgedrag uiten door het laten horen van een diep ‘rommelend’ geluid en dat ze over de slurf aaien van de verdrietige olifant. Ook bij woelmuizen is inmiddels aangetoond dat er onderling getroost wordt.

Dier of Systeem

Vervolgens kwam Floris van den Berg aan het woord met een filosofische insteek. Hij stelde de vraag of en hoe dierenwelzijn mee te nemen in natuurbeheer. Hij gaf aan dat als daarvoor gekozen wordt, dat ook betekent dat we dierenrechten meewegen op momenten dat het ons ‘even niet uitkomt’. Hij zette vooral één contrast uiteen, die tussen een ‘ecologische bril’, waarbij het individuele dier niet meegenomen wordt, en ‘dierethiek’, waarbij het individuele dier juist wel centraal staat. Dit contrast zie je ook terug in huidige discussies over bepaalde triviale onderwerpen binnen het natuurbeheer. Zo heb je mensen die praten vanuit het idee van ‘sentientism’, wat een stroming binnen de milieufilosofie is waarbij gesteld wordt dat alle dieren waarde hebben. En je hebt mensen die praten vanuit het idee van ‘ecocentrism’, waarbij het hele ecosysteem waarde toegekend wordt. Dan heb je ook nog twee andere stromingen, namelijk het ‘biocentrisme’, waarbij alles wat leeft waarde heeft. En het ‘speciesisme’, waarbij ‘gediscrimineerd’ wordt op soort niveau. Dat wil zeggen dat sommige soorten als belangrijker geacht worden dan andere soorten, ofwel de ene soort wordt meer waarde toegekend dan een andere soort. Zonder te ver in een filosofisch debat te verzanden, legde hij vooral enkele dilemma’s voor om deze ethische dilemma’s binnen natuurbeheer iets meer handen en voeten te geven. En hoe we nederlands natuurbeheer moeten zien in een breder kader, namelijk mondiaal natuurbeheer, of zelfs meer binnen een breder kader als duurzaamheidsbeleid.

Op zoek naar de Greta’s

Esther Ouwehand van de Partij voor de Dieren bewandelde juist weer meer het politieke pad, maar met heldere voorbeelden. Herhaaldelijk benadrukte ze dat in de wet omschreven staat dat we – als overheid en mens – moeten handelen vanuit de intrinsieke waarde van het dier. Echter de praktijk doet dat (vaak) niet. Veel weten we nog niet over die intrinsieke waarde van dieren, zoals wat er allemaal in de Noordzee, onder water, leeft. Ze vertelde en verwees naar het verhaal van Greta Thunberg, een vijftienjarige scholiere die in september drie weken lang voor het parlementsgebouw in Zweden een ‘schoolstaking voor het klimaat’ hield. Ze drukte flyers waarop stond: ,,Ik doe dit omdat jullie volwassenen mijn toekomst verpesten.” Ze noemt zichzelf een klimaatradicaal en in navolging van haar volgden zelfs in Nederland enkele protesten van scholieren. Wat ze vertelde was onder meer ‘politici luisteren niet meer naar wetenschapper, dus waarom zou ik nog feitjes leren?’

Ook wanneer het om dieren gaat, hoe nemen politici die intrinsieke waarde mee van dieren. Zeker gezien het feit dat wetenschap met zoveel feiten komen, zoals Frans de Waal al aangaf, dat de wetenschap steeds meer inzicht verschaft over hoe intelligent dieren eigenlijk zijn: van kleine tot grote dieren.

Een paard

Toen kwam er een (muzikale) intermezzo van Judith Schrijver, waarin ze onder andere ‘Ein Pferd klagt an’ van Bertolt Brecht ten gehore bracht.

Dier en Taal

Als laatste onderdeel van de bijeenkomst kwamen er enkele stellingen. Waarbij er een panel was, bestaande uit: de gastsprekers en aangevuld met Wouter Helmer (Rewilding Europe) en Teo Wams (Natuurmonumenten). Wat ondermeer ter sprake kwam in de discussie dat er een recht op wildheid zou moeten komen, aldus Teo Wams. Dat betekent een afblijfplicht voor mensen. En terecht werd de vraag gesteld ‘hoe natuurlijk is natuurlijk genoeg’? Deze vraag zal altijd gesteld blijven worden, want voor iedereen wordt ‘natuur’ anders ervaren. Wouter Helmer gaf aan dat het vooral belangrijk is alertheid bij mensen bij te brengen, bijvoorbeeld over hoe je met ‘in het wild’ levende paarden en wisenten omgaat. Dat je die niet moet benaderen als gehouden dieren en dus niet moet gaan voeren, want dan kunnen er ongelukken gebeuren. Zoals de ‘agressieve paarden’ op het Waalstrand bij Nijmegen.

Hij vervolgd:

als mens ben je ‘te gast’ in de natuur, ruim dan bijvoorbeeld ook je rommel op en ga dieren niet aaien’.

Tot slot is, zoals het artikel over deze ‘agressieve paarden’ al laat zien, het taalgebruik in media een belangrijke stap in het bijbrengen van deze alertheid bij mensen. In de media klinkt vaak de boodschap door dat mensen de heerser (moeten) zijn over dieren. Maar is dat wel zo? Denkende aan de bevers die het erg goed doen in onze natuur, gaan we straks spreken over ‘probleembevers’? Of hebben wij mensen niet ver genoeg nagedacht over mogelijke consequenties van een groot succes en zouden we niet vanaf stap 1 iedereen bij deze herintroductie moeten betrekken en samen optrekken om zo het hele idee van ‘probleembever’ zien te voorkomen? En bevers als bondgenoot zien om er samen het beste van te maken, zonder te spreken van probleembever of probleemmens?

Ik denk dat niet alleen in gender-discussies, maar ook wanneer het om dieren(welzijn)discussies gaat we aandacht moeten besteden aan hoe we ons uitdrukken ten opzichte van de betreffende dieren. En dat we op die manier best een krachtige kentering kunnen veroorzaken in het denken over en met dieren. Wat zou een krachtig nieuw woord zijn in deze discussie(s)? of wel, voor welk ‘woord van het jaar’ zouden we kunnen gaan?